Wat is Fatwood (Kienhout) en waar vind je het in Nederland?
Stel je voor: het is koud, je handen zijn wat stijf en je aansteker is leeg. Of de vonk slaat niet over door de regen.
Dan is het fijn als je een stuk hout hebt dat bijna vanzelf in de flikkert.
Dat is precies wat fatwood, of kienhout, voor je doet. Het is niet zomaar aanmaakhout; het is de benzine onder de houtsoorten. In de bossen van Nederland kun je het vinden, maar je moet weten waar je moet zoeken. Dit is je gids om fatwood te vinden, te herkennen en te gebruiken, zodat je nooit meer zonder vuur zit.
Wat is fatwood eigenlijk?
Fatwood is een ander woord voor kienhout. Het is hout dat doordrenkt is met hars.
Die hars zit van nature in de boom, vooral in de wortels en de stamvoet. Als een boom (meestal een dode spar of den) langzaam omvalt of sterft, verzamelt de hars zich op die plekken om de boom te beschermen.
Het is de natuurlijke weerstand van de boom tegen rot en schimmels. Je herkent fatwood aan een paar dingen. Ten eerste aan het gewicht; het voelt zwaar en massief aan, alsof het nog leeft. Ten tweede aan de geur.
Wrijf erover met je mes en je ruikt direct die sterke, zoete geur van hars.
Het voelt vaak ook plakkerig aan, zelfs als het al jaren ligt. De kleur is meestal geelbruin tot donkerbruin, veel donkerder dan normaal hout. Waarom is dit zo belangrijk voor een bushcrafter?
Omdat fatwood bijna onmogelijk te doven is. Zodra het vlam vat, brandt het met een hete, roetvrije vlam.
Het trekt geen water op, zelfs niet bij regen. Een stuk fatwood van 5 centimeter lang kan een vuurtje van 15 minuten aanhouden.
Dat geeft je alle tijd om droge twijgjes en takjes aan te leggen.
Waar vind je fatwood in Nederland?
Je hoeft niet naar het buitenland om fatwood te vinden. Onze eigen bossen zitten er vol mee,mits je weet waar je moet zoeken.
De beste plekken zijn oude, dichte sparrenbossen en dennenbossen. Denk aan de Veluwe, de Utrechtse Heuvelrug of de Maasheggen. Je zoekt niet naar een boom die nog groeit; je zoekt naar bomen die hun leven hebben gehad.
De jackpot ligt vaak onder de grond. De wortels van een dode spar blijven soms jarenlang goed.
Als je een omgevallen boom ziet, kijk dan naar de stamvoet en de wortelkluit.
Daar zit de meeste hars verzameld. Soms steekt er een verdikte, bruine kluit uit de grond. Dat is vaak pure fatwood. Het voelt aan als een stuk hard plastic.
Ook de plek waar een tak is afgebroken, is een goede hotspot. De boom probeert die wond te genezen met hars.
Na jaren ontstaat daar een dichte, harsige prop. Je kunt dit herkennen aan een soort kegelvormige aanzet bij de aftakking. Als je zo’n stuk openzaagt, zie je de hars door het hout lopen als aderen.
Een andere slimme plek is onder de schors van een dode spar die al een tijd ligt.
De schors is dan vaak weggerot, maar de laag daaronder is verhard door de zon en de hars. Dit is makkelijker te oogsten. Je kunt dit soort stukken vaak vinden in de strooisellaag, half begraven tussen bladeren. Let wel op dat je geen levende bomen aantast; dat is slecht voor de natuur en vaak verboden.
Hoe test en bewerk je het?
Als je een stuk hout hebt gevonden waarvan je vermoedt dat het fatwood is, is er een simpele test. Steek een klein splintertje af met je zakmes. Als het hout fel geel of oranje kleurt en je ruikt de hars, zit je goed.
Je kunt ook proberen het aan te steken met een ferroceriumstok (een Firesteel).
Fatwood vlamt bijna direct op, zelfs zonder extra aanmaakpapier. Om fatwood te bewerken hoef je geen zwaar gereedschap mee te nemen.
Een goed zakmes, zoals een Mora Companion of een Leuku-mes, is voldoende. Je wilt dunne krullen of snippers maken. Die noemen we feathers.
Door het mes schuin over het hout te halen, maak je lange, dunne krullen die makkelijk vlam vatten.
Hoe dunner, hoe sneller het vlam vat. Je kunt fatwood op drie manieren gebruiken. Als basis voor je vuur, door een paar snippers onder je stapel te leggen. Als lont, door een stukje in je Firesteel te wrijven en aan te steken. Ontdek waarom dit de beste aanmaakblokjes voor noodpakketten zijn.
Of als hulpstof, door het te vermalen tot poeder en dat te mengen met schors of wol. Een klein beetje fatwood-poeder maakt van natte schors een brandbare massa.
Bewaren is simpel. Stop het in een plastic zakje of een metalen blikje.
Als je het los in je tas stopt, plakt het alles onder. Het kan jarenlang meegaan. Als je het eenmaal gebruikt, hoef je er bijna niets van te gebruiken. Een stukje ter grootte van een lucifer is genoeg om een kampvuur aan te wakkeren.
Kopen versus zoeken: wat is slim?
Natuurlijk kun je fatwood kopen. Vooral in de outdoor- en bushcraft-winkels is het populair, maar wist je dat je ook zelf fatwood kunt vinden in de Nederlandse natuur?
Merken als Light My Fire (met hun Fatwood-kaarsen) of Fällkniven (stukken in een buisje) verkopen het. Je betaalt ongeveer €5 tot €10 voor een zakje met een paar stukken. Dit is vaak Zweeds fatwood, van hoge kwaliteit, en het is een prima back-up. Maar de echte vrijheid zit hem in het zelf vinden.
Het is een skill op zich. Je leert de bomen herkennen, de bossen lezen en begrijpen waarom kleine takjes de sleutel zijn tot een succesvol kampvuur.
Bovendien is het gratis. In Nederland zijn de bossen openbaar, zolang je geen schade aanricht (geen levende bomen kappen).
Je mag dood hout rapen, mits het niet omheind is of expliciet verboden is door borden. Als je koopt, let dan op de herkomst. Veel goedkoop fatwood is geïmpregneerd met chemische harsen.
Dat wil je niet in je kampvuur. Echt, natuurlijk fatwood ruik je.
Het ruikt naar bos, niet naar chemicaliën. Kies voor gerenommeerde bushcraftmerken als je het online bestelt. De combinatie is het beste.
Koop een klein zakje voor je noodkit, maar ga in het weekend op pad om zelf te zoeken.
Een paar slimme tips voor de beginner
- Timing: De beste tijd om te zoeken is in de herfst of winter. De bladeren zijn dan gevallen en de wortelstelsels liggen bloot. Ook het hars is in de winter harder, waardoor het makkelijker te herkennen is.
- Veiligheid: Draag stevige handschoenen. Hars is plakkerig en soms scherp. Bovendien zitten er vaak doornen of splinters bij het dood hout.
- Regelgeving: Check altijd de lokale regels. In sommige natuurgebieden mag je niets meenemen. In de meeste bossen mag je klein dood hout rappen voor eigen gebruik. Wees verantwoordelijk.
- Opslag: Als je een grote voorraad vindt, bewaar het dan op een droge plek. Hars is brandbaar, dus niet in de buurt van open vuur bewaren (tenzij je het wilt gebruiken natuurlijk).
Zo bouw je een voorraad op en leer je tegelijkertijd je omgeving kennen. Niets gaat boven de voldoening van een vuur dat start met hout dat je zelf gevonden hebt.
Met fatwood in je zak ben je nooit echt alleen in het bos.
Het is je stille helper die altijd werkt. Dus pak je laarzen, neem een zakmes mee en ga op jacht. De bossen van Nederland wachten op je.